1. Which one is correct?

a) Wat vind je vreemd op Nederlanders?

b) Wat je vind vreemd over Nederlanders?

c) Wat je vindt vreemd om Nederlanders?

d) Wat vind je vreemd aan Nederlanders?

2. What’s a flower in Dutch?

a) een vloer

b) een feestje

c) een bloem

d) een potlood

3. What does ‘jarig’ mean?

a) having birthday

b) having fun

c) happy

d) pregnant

4. What means ‘to smoke’?

a) roken

b) blaffen

c) smaken

d) vertellen