‘Het Futurum’  is used to talk about future events and situations. In dutch there are three different structure to talk about the future.

a) Het Presens (the Present Tense) is used to talk about the future when referring to a future arrangement, Appointment or Schedule.

Example –

Tim: Morgen heb ik een drukke dag voor de boeg!
Maik: O ja? Heb je zoveel Afspraken?

Tim: Ja. Morgenochtend om 8:30 uur heb ik een afspraak met mijn manager. Daarna heb ik om 10.15 uur een vergadering met mijn projectteam in de vergaderzaal. Middags heb ik om 15:00 uur een belangrijke presentatie op de 2 verdieping.
Maik: Heb je’s avonds ook wat?

Tim: ja,’s avonds heb ik een eetafspraak met een paar collega’s
Maik: Nou, succes morgen en ook veel plezier morgenavond!

b) Zullen (will/shall) +infinitive This structure us used to speculate about uncertain situations in the future, making suggestions, and for spontaneous response. ‘Zullen’ is a modal verb that is usually used in combination with another verb. The secong verb is not conjugated and remain in the infinitive form, which is placed at the end of the clause.

Example –

Tim: Wat zullen wij dit weekend doen? Heb jij al wat ideeen?
Chantal: Zullen wij zaterdagavond naar de bioscoop gaan?

Tim: Zullen we kim en David meevragen?
Chantal: Goed idee. Zullen we daarvoor uit eten gaan?

Tim: leuk! Ik zal het proberen.Je weet maar nooit!
Chantal: en?

Tim: Zij zijn nu niet thuis. Ik zal het later nog een keer proberen.

c) Gaan (going to) +infinitive This structure is used to talk about decisions regarding the future and for predictions that are certain to happen. ‘Gaan’ is used just like other modal verb that are accompanied by a second verb in the infinitive form (but NEVER ‘Ik ga…gaan’). The infinitive verb is placed at the end of the clause.

Example –

Collega: He, he. Eindelijk is het vrijdag. Wat geen jullie dit weekend doen?
Tim: Wij gaan zaterdagavond met vrienden in Utrecht uit eten. Daatna gaan wij naar de bioscoop.

Collega: En zondag?
Tim: Wij gaan zondag een strandwandeling in scheveningen maken.

Collega: Volgens het weerbericht gaat het zondag regenen.
Tim: O, ja? In dat geval zullen wij thuisblijven.

Collega: Nou, fijn weekend.
Tim: Van hetzelfde.